Praktijk Ludens – ‘Nu snap ik het’

Als er een award zou bestaan voor de grootste cynicus zou ik hem meteen nomineren.

Hij komt de kleine ruimte binnen waar ik intakegesprekken voer voor de start van een persoonlijk ontwikkeltraject. “Nou, daar zitten we dan”, zijn z’n eerste woorden. “Hahaha”, er volgt een bulderende lach en twee droevige ogen kijken me aan. Ik vraag hem vriendelijk wat hem hier brengt. “Tja, nieuwe manager, beoordelingsgespreken gehad en nu schijn ik ineens heel matig te scoren op mijn gedragscompetenties.” Hij trekt er een vies gezicht bij.

“Ze vinden dat ik negatief overkom.” Hij begrijpt daar helemaal niks van, vertelt hij. “Je hebt een groot rechtvaardigheidsgevoel he?”, vraag ik. “Ja”, zegt hij trots.

Ik vraag wat door op de beoordeling die hij heeft gekregen. Hij zet zijn meest cynische gezicht op, waardoor hij een haast clowneske grimas krijgt. Wanneer hij de naam noemt van de leidinggevende die hem deze beoordeling gaf, staan zijn ogen vol afschuw.

“Wat ben je razend he?” vraag ik.
“Ja”, zegt hij, “ik voel me genaaid.”
“Heb je haar dat ook verteld?”, vraag ik.
“Aan haar?” Hij kijkt me aan alsof hij me niet goed heeft verstaan. “Haha, nee natuurlijk niet!”

Gedurende het gesprek verdwijnt langzaam de grimas. Ik kijk hem lang aan en zeg even niks. “Ik voel me aangeschoten wild”, zegt hij. “Ik zou zo graag weer eens een schouderklopje krijgen.” Zijn stem is zachter nu en past meer bij zijn droevige ogen.

We stellen uit verschillende trainingen een traject voor hem samen en ik rond het gesprek af. Nadat hij twee trainingen heeft gevolgd bij collega’s van me, zie ik hem een aantal weken later terug voor een tussentijds gesprek. In ons eerste gesprek was hij vooral nog bezig bevestigd te worden in zijn gevoelens van onrecht en wilde hij alles op alles zetten om zo snel mogelijk van deze beoordeling af te komen, linksom of rechtsom. Nu lijken de trainingen de bereidheid in hem wakker te hebben gemaakt om te gaan onderzoeken wat zijn eigen aandeel is.

Ik leg hem kort iets uit over het fenomeen overdracht. Overdracht is het herhalen van oude relatiepatronen in het hier in nu. En het is niet zo zeer de vraag of er overdracht speelt, het is meer de vraag hoe overdracht speelt. En ik ga je in dit traject regelmatig de vraag stellen: “waar ken je dit van?”

“Dus waar ken je dat van, dat je zo’n onrecht is aangedaan?” Hij schrikt. Hij zet de grimas weer op en in de stilte smelt die ook langzaam weer van zijn gezicht weg. Dan begint hij te vertellen. Over zijn moeder, die jong overleed. En over zijn vader, die al snel hertrouwde en kinderen kreeg met zijn stiefmoeder. “Ik was niet goed genoeg meer, een tweederangs kind” zegt hij zacht.

Langzaam daalt het besef in dat hij in zijn manager een nieuwe stiefmoeder is tegengekomen. En dat de pijn die deze beoordeling oproept, de boosheid naar zijn manager en het diepe onrechtvaardigheidsgevoel voor een deel afkomstig zijn uit zijn geschiedenis.

Een paar weken laten ontmoet ik hem weer in een volgende training. Tijdens het avondprogramma van de eerste trainingsdag werken we met het vertellen van verhalen. Ik onderbreek hem een aantal keer tijdens zijn verhaal. Ik zie dat hij pissig wordt. “Boos?” vraag ik? “Ja”, zegt hij. “Onrecht?” vraag ik. “Ja”, zegt hij. Het kwartje valt. “Shit”, zegt hij en hij lacht.

Op de tweede dag oefent hij met een van de trainingsactrices verrassend genoeg een gesprek met zijn manager, waarin hij haar vertelt hoe de beoordeling hem geraakt heeft. Tijdens de eerste poging is hij nog bezig zijn gram te halen. Ik zet een vrouwelijke groepsgenoot achter de actrice. “Hier staat je stiefmoeder. Kijk eens goed naar haar. Je haalt ze nu door elkaar” zeg ik. Ik neem zijn stiefmoeder mee terug naar haar stoel, zodat hij weer verder kan met zijn gesprek met de actrice, die zijn manager speelt. Hij voert een prachtig gesprek. Hij steekt de hand in eigen boezem en vertelt over zijn boosheid en over hoe die wel, maar ook over hoe die niet met haar te maken heeft. Ik geef hem een high five. Hij straalt.

De volgende dag al krijg ik een appje van hem. “Ik heb het gedaan, het gesprek! En het was helemaal niet moeilijk!

Als ik hem in het eindgesprek vraag waar hij het meest trots op is zegt hij: “Dat ik het nu snap.”

Deelnemers vragen zich soms af waarom we in de trainingen zo regelmatig terugkijken in ieders persoonlijke geschiedenis. We moeten ten slotte vooruit en niemand wil blijven hangen in het verleden. Het gekke is alleen dat we door niet terug te willen kijken, vaak juist klem blijven zitten in ons verleden. Of zoals de Deense filosoof Soren Kierkegaard ooit zei: “Het leven moet achterwaarts begrepen worden en voorwaarts geleefd.” Hoe meer we snappen hoe onze geschiedenis een rol speelt in het hier en nu, hoe beter we vooruit kunnen.

Anne van Weeghel

Praktijk Ludens is een serie blogs van trainers van Ludens Talentontwikkeling. Alle verhalen en ontmoetingen zijn waar gebeurd maar zodanig aangepast dat de privacy van deelnemers en coachees gewaarborgd is.

Wil je alle Praktijk Ludens blogs lezen? Klik dan bovenaan het artikel op Praktijk Ludens (grijze blokje).

De meest inspirerende leiders zijn niet bewust bezig om te inspireren.
Ze doen gewoon dat waar hun hart ligt, waar ze in geloven
- Lenette Schuijt