Praktijk Ludens – ‘Koppigheid is heel veel liefde’

Het leven gaat hem makkelijk af. Hij is een aantrekkelijke man om te zien, smaakvol gekleed, slim en goed van de tongriem gesneden.

Hij heeft een goede baan als projectleider. Ik ontmoet hem in een training over invloed. Want hij wil meer. Het gebeurt hem keer op keer dat hem een promotie wordt voorgehouden die hij vervolgens niet krijgt. Hij is boos. Op de organisatie waar hij werkt en op zijn leidinggevende. Erg boos. Hij heeft het gevoel dat er met hem gesold wordt. En hij schaamt zich. Vooral tegenover zijn vrouw. Hij is al zo vaak is thuisgekomen met het verhaal dat er een promotie aan zit te komen en steeds weer moet hij haar vertellen dat ze hem opnieuw niet hebben uitgekozen. Als ik hem vraag aan wie hij verteld heeft hoe boos hij is, zegt hij: “Ik denk dat ze echt wel aanvoelen hoe ik er in sta.”

Wanneer hij praat spuwen zijn ogen vuur. In zijn bewoordingen blijft hij echter kalm en beschaafd. Hij krijgt, zonder dat hij het zelf doorheeft, iets dreigends, wanneer hij vertelt hoe hem keer op keer wordt meegedeeld dat de functie waar hij op hoopte toch weer naar een ander is gegaan. “Het is op zich best wel vervelend”, zegt hij, terwijl de spieren in zijn hele lichaam zich aanspannen.

Ik vertel hem wat ik waarneem en vraag hem wanneer hij heeft besloten om zich zo in te gaan houden. “Wat heb ik er aan om me er over op te winden?” zegt hij, zonder antwoord te geven op mijn vraag. Ik besluit het even te laten. Ik ken mijn eigen neiging om, bij voorkeur nog voor de eerste koffiepauze, al helemaal tot de essentie te willen komen. En dat maakt me eerder drammerig dan effectief. We hebben drie-en-een-halve dag, zeg ik bezwerend tegen mezelf.

We werken op verschillende manieren aan het vergroten van invloed. Eén daarvan is dat de deelnemers leren schakelen tussen de vier communicatieniveaus; inhoud, procedure, interactie en emotie. Moraal van het verhaal is, dat je wanneer je er op de eerste twee niveaus niet uitkomt, zult moeten schakelen naar interactie of emotie, voordat je weer naar de inhoud kunt gaan. Als daar iets speelt heeft het weinig zin om het over de inhoud te blijven hebben. “Emoties komen van rechts”, roep ik tegen de deelnemers. Voor velen een eyeopener.

Hij stelt dit echter ter discussie. “Ja, maar je moet het in een professionele context toch over de inhoud kunnen blijven hebben?” “Ja, maar je geeft de ander dan toch de gelegenheid om misbruik te maken van jouw gevoelens?”

Ik moet mezelf remmen om hem niet te gaan overtuigen. Om niet mijn gelijk te gaan halen. Ik voel me machteloos, omdat ik het idee heb dat ik niet tot hem doordring. Dat we geen wezenlijk contact krijgen met elkaar. Dat hij me steeds weer ontglipt.

Gedurende de training blijft hij pleiten voor het vergroten van je invloed, zonder dat je daarbij je emoties toont. Wanneer er op de middag van de tweede trainingsdag een acteur komt, waarmee hij oefent om in gesprek te gaan over zijn situatie, gaat hij in discussie met de acteur. De acteur nodigt hem uit om zijn boosheid op tafel te leggen. Feedback waar hij ‘niks mee kan’, zogezegd.

Uiteindelijk doet hij schoorvoetend wat er van hem gevraagd wordt. Hij benoemt in het gesprek met de acteur voorzichtig dat het hem niet lekker zit dat de functies waarvoor ze hem mogelijk geschikt achten, steeds aan hem voorbij gaan. Hij krijgt enthousiaste feedback van zijn groepsgenoten. Ik voel wat opluchting en hoop vurig dat dit kwartje in ieder geval gevallen is.

Maar een maand later, op de derde trainingsdag, beginnen we weer van voren af aan. De moed zakt me in mijn schoenen. Ik voel me falen als trainer. En zijn steeds terugkerende “ja, maars” beginnen me te irriteren.

Wanneer hij voor de zoveelste keer zijn pleidooi tegen het toelaten van emoties afsteekt, houd ik het niet meer vol. “Ik weet niet wat ik met je aan moet”, zeg ik. “Ik weet niet wat ik moet doen om echt contact met je te maken. Volgens mij weet je wat je te doen staat, maar je blijft erin volharden dat het niet werkt. Ik weet niet wat ik moet doen om je werkelijk te bereiken.”

Hij kijkt naar de grond. “Het is gewoon veel te ongemakkelijk om mijn boosheid te uiten,” zegt hij.

“Misschien moet je het jezelf dan maar eens iets moeilijker maken,” zeg ik. Het komt er veel feller uit dat mijn bedoeling was. Ik schaam me direct voor mijn pittige toon.

Hij is stil. Hij kijkt me aan. Voor het eerst ervaar ik echt contact met hem.

Ik vraag hem van wie hij geleerd heeft om het zo te doen. Hij vertelt me dat zijn vader hem altijd gezegd heeft dat je veel verder komt in het leven door na te denken en dat je emoties maar beter uit kan schakelen. “Waarom moeilijk doen, als het makkelijk kan”, was een veel gehoorde uitspraak thuis. “Dankjewel”, zegt hij zacht. “Er heeft nog nooit iemand tegen me gezegd dat ik het mezelf eens wat moeilijker moet maken,”

Ik kijk naar hem en zie niet meer die man die me wanhopig maakt met zijn hardnekkige tegenwerpingen, maar een man die zijn vader eert. Er schiet een zinnetje door mijn hoofd dat een docent op een trainersopleiding ooit tegen me zei, toen ik bleef volharden in het in twijfel trekken van de leerstof: “Koppigheid is heel veel liefde”.

Anne van Weeghel

Praktijk Ludens is een serie blogs van trainers van Ludens Talentontwikkeling. Alle verhalen en ontmoetingen zijn waar gebeurd maar zodanig aangepast dat de privacy van deelnemers en coachees gewaarborgd is.

Wil je alle Praktijk Ludens blogs lezen? Klik dan bovenaan het artikel op Praktijk Ludens (grijze blokje).

Als je doet wat je leuk vindt en waarin je gelooft, hoef je nooit meer te werken.