interview

Interview Grietje van Dijk van gemeente Amsterdam

  • Naam: Grietje van Dijk
  • Organisatie: Gemeente Amsterdam
  • Functie: Teammanager Traineepoolorganisatie Amsterdam
  • Traject: Traineeprogramma

Kun je iets meer vertellen over de organisatie waarvoor je werkt?

Ik werk voor de gemeente Amsterdam, een grote organisatie met ongeveer 15.000 mensen in dienst. Als grote gemeente zijn we zelf divers en hebben we diverse doelstellingen. Want we zijn verantwoordelijk voor allerlei producten, zoals afvalverzameling, de drukte in de stad, de aanleg en bouw van nieuwe woonwijken, kantoortransformaties, opvang van statushouders, onderwijs en jeugdzorg, re-integratie, multi-probleemgezinnen, overlast, de afname van sociale diversiteit in bepaalde wijken en ga zo maar door.

Daarnaast zijn wij een politieke organisatie. Het betekent veel voor budgetten en doelstellingen als de politieke kleur verandert. Bovendien is Amsterdam hard op weg een miljoenenstad te worden, wat ook weer allerlei veranderingen met zich meebrengt. Dat vraagt dus best veel van de organisatie en de mensen die er werken. Om de mensen en de organisatie hierin te ondersteunen is de Amsterdamse School opgericht, ons eigen instituut voor alles wat er op L&D-gebied nodig is. Zoals bijvoorbeeld de organisatie van traineeships.

Waarom heb je contact opgenomen met Ludens?

De afgelopen jaren zijn er veel veranderingen geweest. In het team, maar ook in de constellatie van de gemeente. Zelf was ik ook nieuw. In 2016 werd ik verantwoordelijk voor het traineeship. Zo’n traineeship begint bij het selecteren van de juiste mensen. Maar hoe doe je dat als je 800 serieuze kandidaten hebt voor 22 plekken? Ik zocht meedenkers die ons bij die opgave konden helpen.

Via via kwam ik in contact met Guido van Voornveld van Ludens. Ludens was op dat moment outsider en ook geen belanghebbende, want Ludens verzorgde toen geen trainingen voor ons. Guido bleek goed te kunnen koppelen tussen de waarde van onze organisatie en de doelen van het traineeprogramma. Hij hielp ons om te begrijpen in welk proces we zaten. Ludens liet ons voelen welke stap we eerst moesten zetten, namelijk bepalen wat we precies met het traineeship wilden. Daarvoor moesten we eerst helder hebben waar we als organisatie voor staan en wat onze doelen zijn.

Het werkte goed om echt los te komen van de waan van de dag, én om te kunnen sparren met iemand van buiten. De absolute meerwaarde was dat Guido veel verschillende traineeships kent en ons uitdaagde om boven ons eigen proces te hangen. Hij nodigde ons uit om na te denken over wat ons verhaal is en in welke opzichten de gemeente Amsterdam onderscheidend is.

Ook spiegelde hij ons voortdurend: hij liet ons zien hoe we ons verhouden tot andere organisaties en kon ons vertellen of we inderdaad wel zo onderscheidend zijn als we zelf dachten. De blik van buiten hielp ons dus om tot antwoorden te komen.

Welke antwoorden heb je gevonden?

In een van de sessies met Ludens kwam naar voren we dat we een kritische blik van trainees waarderen. Tegelijkertijd merkten we ook dat we moeten oppassen dat we van trainees niet de Asterixen en Obelixen maken die moeten standhouden in het Romeinse rijk van de ambtenaren. Dat is niet reëel en daarmee krijg je ook niet de aansluiting die nodig is om een verandering tot stand te brengen. In de termen van onze eigen trainees: we zoeken mensen die diep durven te duiken zonder te verzuipen. Die hun eigen talenten en beperkingen kennen en dus de samenwerking opzoeken om iets voor elkaar te krijgen. Slimme mensen die zich niet uit het veld laten slaan, mensen met een hoge frustratietolerantie. Maar ook met een open leerhouding, die weten dat ze nog iets te leren hebben en nieuwsgierig zijn. En ten slotte wilden we een diverse groep trainees samenstellen, net zo divers als de inwoners van onze mooie stad. Met een Amsterdamse mentaliteit, dus mensen met lef, ondernemerszin en een groot hart voor de stad.

Trainees hebben het geluk dat ze met veel talent geboren zijn. Ze zijn sociaal en cognitief sterk; de wereld ligt bij wijze van spreken aan hun voeten. Voor deze doelgroep is vooral aan de orde dat zij niet met een te overspannen verwachting aan de bak gaan, maar dat ze vertrouwen krijgen in zichzelf. Dat ze niet alleen inzicht krijgen in hun talenten, maar ook in hun beperkingen. Gemiddeld genomen zijn trainees op school en tijdens hun opleiding dikwijls de uitblinkers geweest. Ze zaten vaak in de kopgroep van de klas. Shinen en presteren zijn belangrijk voor ze en dan kan het opeens echt moeilijk zijn om te falen en weer door te gaan. Voor de duidelijkheid: dit geldt natuurlijk niet voor alle trainees. Er zitten juist ook mensen tussen die vooral veel bereikt hebben door keihard te werken, nooit op te geven en door te zetten. In die zin is elke trainee ook weer uniek.

In Amsterdam werken we met het uitgangspunt dat iedereen een talent is. Met andere woorden: iedereen is in staat om iets tot stand te brengen waar een ander iets aan heeft. Tegelijkertijd kan elk talent omslaan in een valkuil. Alle mensen hebben een ongelooflijk vermogen om dingen tot stand te brengen, maar vertonen ook veel niet-effectief gedrag. Trainees hoeven niet perfect te zijn, maar moeten over de zelfkennis beschikken dat zij samen met anderen meer kunnen bereiken.

Wat hebben die antwoorden in de praktijk opgeleverd?

Toen we eenmaal scherp hadden waar we onze trainees voor nodig hadden, konden we het traineeship gericht vormgeven. Daar zijn we trouwens nog niet klaar mee hoor! We hebben de tijd genomen om met nieuwe vormen te experimenteren. Vooral onze traineebegeleider Marieke van Drimmelen houdt zich daarmee bezig.

We hebben het programma ingedeeld in fasen. In het begin maken we veel tijd voor kennisgericht leren. We starten met de vragen: waar ben je eigenlijk beland? En met wie? Ook maken we snel de start met het leren kennen van eigen vermogens, grenzen en valkuilen. We weten dat maatwerk en vrijheid heel belangrijk zijn in een traineeship, maar we willen trainees niet meteen alle vrijheid geven. Zij weten namelijk aan het begin van het traineeship nog niet zo goed wat ze te leren hebben. Wij weten dat wel. Daarom geven we onze trainees eerst een routekaart, zodat ze een beeld krijgen van hoe het binnen de gemeente werkt.

Daarbij zijn we niet voorschrijvend. We helpen onze trainees inzicht te krijgen in hoe zij binnen de organisatie het beste tot hun recht komen. Het traineeship start dus wat schools, maar wordt naarmate het traineeship vordert steeds meer maatwerk. Waar vroeger alle trainees in grote lijnen hetzelfde programma volgden, hebben we nu keuzemodules ter verdieping. En daarnaast hebben we ook veel meer ruimte gemaakt voor de loopbaanontwikkeling van de trainees.

Verder krijgen de trainees bij ons de keuze uit opdrachten: ze gaan drie keer acht maanden aan de slag bij een werkgever binnen de gemeente. Dit is een bewezen concept van meerdere jaren. Wel gaan we nu gerichter op zoek naar opdrachten en hebben we de screening verscherpt. Gelukkig hebben we de luxepositie dat we altijd meer werkopdrachten hebben dan trainees. En dan dragen de trainees zelf ook nog opdrachten aan. Deze manier van werken stelt de trainee in staat om die opdracht te kiezen die de beste verhouding biedt tussen leren en presteren, maar ook tussen wat gedaan moet worden in de stad en de persoonlijke ontwikkeling van de trainee. Trainees worden ingezet als bestuursadviseur, beleidsmaker, projectleider en teamleider – dat zijn geen opdrachten voor spek en bonen. Zij moeten werkelijk het verschil maken.

Uit het feit dat we de Best Traineeship Benelux wonnen op het onderdeel Balanced Projects, blijkt wel dat we er echt in slagen opdrachten te vinden op hoog niveau voor onze trainees. Daar zijn we supertrots op!

Als uw hoofd het ene zegt en uw hart het andere, beslis dan eerst of u een beter hoofd dan wel een beter hart hebt.
- Marilyn vos Savant